Landru








Een geestig proces van een moordzaak zonder lijken
Welgestelde alleenstaande man (46j.) zoekt charmante dame om hem te vergezellen tijdens een rijkelijk diner, een avond in het theater of een uitstap naar het platteland.
Henri-Désiré Landru lijkt een keurige heer, maar schijn bedriegt. Deze burgerman, echtgenoot en vader van vier heeft een buitengewone aantrekkingskracht op vrouwen. Zo lokt de charmante Landru gedurende vier jaar (1915-1919) maar liefst 283 dames, vooral weduwes die hun man verloren in de Grote Oorlog. Hij belooft ze de hemel, maar uiteindelijk verdwijnen ze in zijn oven. Behalve hoge stapels kleren en wat as, blijft er van zijn slachtoffers niets over. De enige getuige van deze gruweldaden is Landru zelf. Tijdens het proces ontpopt Landru zich tot meesterverleider van rechtbank, jury en publiek. De sluwe moordenaar weet elke beschuldiging op komische en spitsvondige wijze te weerleggen.
“Het is hier geen theaterzaal, monsieur Landru!”
Jan Decleir kruipt op meesterlijke wijze in de huid van seriemoordenaar Landru. De theatertekst van Het Banket en de muziek van Frederik Neyrinck brengen de gruwelhistorie van deze griezelige entertainer tot leven. Het blaaskwartet van I SOLISTI neemt je mee in dit ongelofelijke, waargebeurde verhaal. Twee sopranen van het Vlaams Radiokoor overschouwen het geheel en vertolken onder meer de stem van de vermoorde vrouwen.
-
Concept: Het Banket i.s.m. Francis Pollet
Compositie: Frederik Neyrinck
Ensemble: I SOLISTI i.s.m. Vlaams Radiokoor
Klarinet: Tomonori Takeda
Fagot: Francis Pollet
Trompet: Simon Van Hoecke / Frankie De Kuyffer
Trombone: Bram Fournier / Joren Elsen
Sopraan: Kelly Poukens en Jolien De Gendt
Spel: Jan Decleir
Tekst en regie: Tristan Versteven en Brechtje Louwaard
-
Landru is een productie van Het Banket, I SOLISTI en Vlaams Radiokoor, i.s.m. en met dank aan Klara.
“De compositie – toneelmuziek voor blaaskwartet, twee zangeressen en verteller – is van hoog niveau en haalt het maximale uit de kleine bezetting. […] Decleir is het vertellen zo meester dat iedereen van begin tot eind aan zijn lippen hangt.”
“Decleir vertelt de gruwelhistorie op muziek van Frederik Neyrinck. De Vlaming schreef listige klanken voor vier blazers en twee zangeressen. Soms zijn het ijle vignetten, zoals een gesmoord duet voor trompet en trombone. Soms jagen basklarinet en fagot een strak intermezzo aan. Hoe modern ook, door de noten schemeren consequent de jaren 1910, van Stravinsky tot Folies Bergère.”